Sommige dingen zijn niet wat ze lijken

Sommige dingen zijn niet wat ze lijken

Den Haag
Nest, DCR
05/10/08 - 02/11/08

Ambitieuze thema's, ambitieuze tentoonstellingen, ambitieuze sprekers. Nest in Den Haag timmert ijverig aan de weg. Onderwerp van Some things are what they seem is mimesis. De tentoonstelling is echter niet helemaal wat ze lijkt.

Courtesy: Nest, Den Haag
Linksachter: Jan Adriaans - Slow Lung - Inktjetprint - 2008 ; Voor: Onno Poiesz - Zonder Titel - Ceramiek - 2008; Rechts: Nadia Naveau - Smackwater Jack - Kunstleer, acryl en polyester - 2003 (collectie Akzo Nobel)

In een wijk van Den Haag, aan de rand van het centrum, bestaat al een paar jaar een blinkende, museale tentoonstellingsruimte die speciaal bedoeld is voor broeierig experiment. Het is de begane grond van een voormalig kantoorgebouw aan De Constant Rebequeplein (DCR), door de gemeente gefinancierd als officiële broedplaats. Na enkele gestrande initiatieven is er sinds een jaar een groepje kunstenaars dat de ruimte met enige continuïteit uitbaat: de stichting Nest.

Sommigen zien het hedendaagse broedplaatsenbeleid wantrouwend als een soort astroturfing: het door de overheid in scène zetten van burgerinitiatieven die lijken op spontane grassroots-acties. DCR is niet door de kunstenaars zelf gekraakt, zoals ooit Aorta in Amsterdam, de moeder aller kunstenaarsinitiatieven. De tentoonstellingen ontstaan niet uit een gemeenschappelijke drijfveer. De ruimte wordt op zakelijke wijze uitgebaat, door meerdere min of meer aan de broedplaats gelieerde partijen, waaronder Nest. Ieders vraag is natuurlijk of er dan nog iets broeierigs gebeurt.

Courtesy: Nest, Den Haag
Voorgrond: Onno Poiesz - Zonder Titel - Ceramiek - 2008; achter links: Wafae Ahalouch El Keriasti - Beginning of Triumph - Verschillende materialen - 2008 ; rechts: Joncquil - Heavenly Wranglers- Olieverf -2008

Nest biedt een ambitieus programma dat nauwelijks te onderscheiden is van dat van een doorsnee kunstinstituut. Wel is het uitgangspunt in hun prille programma vaak een kunstenaar uit het pand, de focuskunstenaar. Dat dit goed kan uitpakken bleek dit voorjaar bij de tentoonstelling Essentially Absent, over afwezigheid als onderwerp in de fotografie. Fotograaf Margareth Doorduin, die haar atelier heeft in DCR, expliciteerde haar thematiek en Nest nodigde verwante fotografen en denkers uit. Een zinvolle ontmoeting met werk van onder meer Katja Mater, Wouter van Riessen en K. Schippers was het gevolg.

Essentially Absent kreeg belangstelling uit het hele land en leidde tot een ‘uitdijend actief netwerk’ voor de kunstenaars in DCR, precies één van de doelstellingen van Nest. Volgens kunstmanagers is het aantrekken van (inter)nationale kwaliteit een voorwaarde om de gemeentelijke broedplaatsen tot een succes te maken.

Het gevaar van deze ambitie is alleen dat het lijkt alsof de broedplaats moet worden opgestoten in de vaart der volkeren, volgens een bijna commercieel model. Terwijl de rol van kweekvijver juist een heel stille en geduldige is. Maar ook eentje van kruisbestuivingen, risico’s nemen en ‘grandioos falen’.

Courtesy: Nest, Den Haag
Links: Nadia Naveau - Smackwater Jack - Kunstleer en polyethyleen - 2003 (collectie Akzo Nobel); Rechts: Onno Poiesz - Zonder Titel - ceramiek - 2008

Misschien is het overmatige zakelijkheid die de huidige tentoonstelling van Nest in DCR verstikt. Some things are what they seem heeft een groots thema, te weten mimesis. En mimesis, ofwel nabootsing, is zo’n veelomvattend begrip dat je wel heel zorgvuldig te werk moet gaan wil het nog iets betekenen. Jammer genoeg rekt Nest in de selectie van kunstenaars en sprekers de materie juist nog verder op. En zie daar: nietszeggendheid is het resultaat. Ook lijkt het bezoek aan Some things are what they seem een stap terug in de jaren tachtig, misschien wel de grootste kunstimpasse van de afgelopen eeuw. En dat zou niet eens een bezwaar hoeven zijn als daar een goede reden voor was.

Courtesy: Nest, Den Haag
Nadia Naveau - Smackwater Jack - Kunstleer en polyethyleen - 2003 (collectie Akzo Nobel)

Er staat een metershoge, uit wit kunstleer genaaide stripfiguur met cowboyhoed en revolver van de Belgische Nadia Naveau (1975). Ook Onno Poiesz (1974) maakt speelgoedachtig werk door onbenullige modelvliegtuigjes levensgroot op te blazen in keramiek. Beeldsamplers, zijn deze kunstenaars. Net zoals Wafae Ahalouch el Keriasti (1978) die uitsneden van haar kleurboek-achtige tekeningen van trompetten en padvinders verwerkt in driedimensionale installaties, hoewel de connotatie van haar beelden wel complexer is dan die van de overige kunstenaars. Nest vroeg ook Rob Scholte, de nihilistische beeldherkauwer uit de jaren tachtig bij uitstek, als gastspreker.

Tot zover lijkt Some things are what they seem misschien een samenhangend geheel, zij het nog niets verrassends. Het grootste raadsel zit in de titel en in het gebruik van de term mimesis temidden van deze mensen. Mimesis-theorie gaat in op de antieke worsteling met de weergave van realiteit. Maar geen van deze kunstenaars lijkt erg te worstelen met de realiteit. Ze zappen in een wereld van bestaande beelden in een wilde poging tot betekenisvolle beelden te komen. Maar in plaats van via het beeld door te dringen tot de werkelijkheid, verhevigen ze slechts het spektakel. In plaats van de werkelijk wordt alleen het beeld nagebootst, met gevolg een nóg troostelozere versie van de moderne mythische wereld.

In Some things are what they seem zitten ook kunstenaars die niet zappen. Wellicht kun je bij hen spreken van nabootsen, maar dat vormt een irrelevant aspect van hun werk. Roderick Hietbrink (1975) werkt met foto’s van schaalmodellen van ruimten en Jan Adriaans (1972) fotografeert schijnbaar toevallige rommelige installaties. Fijnzinnig esthetisch werk, dat nogal bruusk verstoord wordt door het gezap van de andere aanwezigen in de tentoonstelling. Het resultaat is een verscheurd geheel met een nog verwarrendere titel, dat netjes en statisch, volgens museumnorm tentoongesteld is.

Wie zoekt naar opheldering komt uit bij een interview met deelnemend filosoof Ann van Sevenant. Zij ziet een beweging in de kunst, gedreven door nostalgie naar ‘het eenheidsgevoel’ met de werkelijkheid. ‘Sommige dingen zijn gewoon zoals ze eruit zien.’ Dat hebben ze in Den Haag dan wel verkeerd begrepen, want hier is niets wat het lijkt.

Some things are what they seem
t/m 2 november in DCR Den Haag

Reacties

Reacties
11/3/08 12:50 PM
2 maanden geleden
door E vdLingen
Wij hebben de mimesis willen positioneren als een bevrijding van alles wat al gebeurd is, als reactie op de drang naar uniciteit en een acceptatie van visuele sampling. De waardering die wij op die manier ervaren deelt Sabien Teulings overduidelijk niet (en ze is overduidelijk geen fan van Rob Scholte). Het is niet anders.

De raadselachtige titel is niet zo heel moeilijk te duiden: Some things are | What they seem verwijst naar de acceptatie dat 'sommige dingen zijn wat ze lijken', de | in het midden plaatst 'zijn' en 'lijken' vervolgens tegenover elkaar. Als ze er naar gevraagd had hadden we het verteld.

Verder is het oordeel over de expo zelf de mening van een recensent die we accepteren, waarderen en meenemen.

Lastiger wordt het bij het gedoe over de broedplaats, astroturfing en de suggestie van 'sommigen' (wie zijn dat, die sommigen?) dat we bestiert worden door undercover cultuurambtenaren die net doen alsof ze spontane kunstenaars zijn. Ik kan er niets mee.

Oorspronkelijk stond er (de tekst is na protest aangepast):

"Nest, in DCR, lijkt heel erg op een kunstenaarsinitiatief maar is tegelijkertijd belast met de opdracht van de gemeente om 'de creatieve klasse' te binden."

Wij zijn niet belast met enige opdracht, we werken niet voor de gemeente, de gemeente ondersteunt ons alleen maar via een paar projectsubsidies toegekend door onafhankelijke commissies, dezelfde waarmee andere (gekraakte) initiatieven gesteund worden.

De gemeente Den Haag heeft de DCR niet daadwerkelijk opgezet, ze hebben slechts het pand aangewezen en een (klein) budget voor verbouwing vrijgemaakt. De gebruikers zijn zelf verantwoordelijk geweest voor verbouwing, exploitatie en exploitatiebegroting. Hetzelfde is met wat variatie in detail gebeurd met 1646, Galerie West, de caballerofabriek en bink36. Het is uiteindelijk allemaal niet zo wereldschokkend, niet veel anders dan bij een gedoogd kraakpand, wat wij dan weer wat meer iets van de jaren tachtig vinden.

Ik was oorspronkelijk ook sceptisch over de constructie toen de DCR werd opgezet (ik ben ook pas later in het pand gekomen), maar heb het nu van binnenuit zien functioneren.
Een aantal jaar na toewijzen van het pand ontstaan dezelfde dynamische processen als in elk ander groot atelier/kunstpand en de oorspronkelijke veelzijdigheid aan mensen dankzij het bij elkaar schuiven van initiatieven zie ik als waardevol.

"In een wijk van Den Haag, aan de rand van het centrum, bestaat al een paar jaar een blinkende, museale tentoonstellingsruimte die speciaal bedoeld is voor broeierig experiment."

Broeierig experiment staat nergens in onze doelstelling en ook in onze statuten komen geen broeierige experimenten voor.

"Het gevaar van deze ambitie is alleen dat het lijkt alsof de broedplaats moet worden opgestoten in de vaart der volkeren, volgens een bijna commercieel model. Terwijl de rol van kweekvijver juist een heel stille en geduldige is. Maar ook eentje van kruisbestuivingen, risico's nemen en 'grandioos falen'"

Het romantische idee dat kunst langzaam doormoddert, experimenteert en uiteindelijk dan pas 'wordt' is aan verval onderhevig. Het idee dat het zo moet gaan en dan wel binnen een gekraakt pand is wel erg reactionair.
De ambities van Nest komen voort uit ideeën over presentatie van hedendaagse beeldende kunst, de ervaringen van de initiatoren binnen eerdere (gekraakte) initiatieven, de 'museale' ruimte en de veelzijdigheid aan ideeën en media die we terugvinden binnen het pand.

De maatschappij zit anders in elkaar dan 30 jaar geleden en een Aorta zou bijvoorbeeld nu heel anders tot wasdom komen dan destijds.
Ik heb daar geen moeite mee, ik vindt het ook niet erg om de ambitie te hebben snel en voortvarend te zijn, want daarbinnen ontstaat een eigen 'risico nemen' en wellicht ook wel een 'grandioos falen'. (Wij gaan het overigens proberen om het zonder dat laatste te doen.)
Overigens is Nest het resultaat van een proces dat al in 2002 is ingezet, daarin is geprobeerd, geëxperimenteerd en ook gefaald. We komen niet uit een doosje gekocht bij de Bijenkorf.

Een commercieel model suggereert financieel gewin, handel en winstbejag. Wij verkopen geen koffiemokken met plaatjes erop en wij streven geen financiële winst na. Niemand bij ons heeft tot nu toe betaald gekregen voor de inspanningen.
Wij zijn niet bang om de maatschappelijke positie en de praktijk van de kunstenaar mee te nemen binnen een project en daar binnen de executie aandacht aan te geven, dat is iets anders.

"De tentoonstellingen ontstaan niet uit een gemeenschappelijke drijfveer. "

Gek genoeg ontstaan ze hier wel uit. Namelijk de gemeenschappelijke drijfveer van de mensen van Nest, met daarin meegenomen de feedback en situatie van andere gebruikers binnen de DCR, waarschijnlijk in definitie best vergelijkbaar met de gemeenschappelijke drijfveer van de mensen destijds in Aorta (onze invulling zal ongetwijfeld anders zijn; ik was 6 jaar toen Aorta begon),

"Ieders vraag is natuurlijk of er dan nog iets broeierigs gebeurt."

'Ieders' vraag kan ik waarschijnlijk niet beantwoorden, maar ik vraag me af of dat de bovengenoemde is. Ieder is in ieder geval van harte uitgenodigd om ons continu te bezoeken om te controleren of er nu wel of niet iets broeierigs gebeurd, graag zelfs (maar zoals gezegd, broeierig experiment staat niet in onze doelstelling).

Eelco
11/5/08 11:37 AM
2 maanden geleden
door Kees Koomen
Over Nest

Op de site van Metropolis M staat sinds zaterdag een recensie van de tentoonstelling “Some things are | What they seem” in Nest, de tentoonstellingsruimte van de DCR. De ruimte en de tentoonstelling worden daarin nogal onvriendelijk bejegend waarop een wat geïrriteerde reactie van Eelco van der Lingen (DCR-kunstenaar en mede-programmeur van de tentoonstellingsruimte) volgde . Beide reacties hebben hun sterke en hun zwakke kanten. Ik wil er graag op reageren omdat het bij mij een snaar raakte: bij mijn bezoek aan de tentoonstelling op 1 november j.l. bekroop ook mij een gevoel van teleurstelling. Ik heb de DCR gevolgd vanaf de kaalslag waarmee begonnen werd het pand geschikt te maken om ateliers en werkplaatsen te huisvesten en heb de activiteiten bezocht die er vanaf het begin zijn geweest, illegaal en later legaal. Het enthousiasme en de energie die er rondwaarden en die zich af en toe in heftige discussies ontlaad
den gaven een sfeer van optimisme en verwachting: hier ging iets bijzonders gebeuren.
Er zijn al bijzondere dingen gebeurd, maar deze tentoonstelling zal daar niet bij horen. En dat terwijl de ruimte was aangepast tot een inderdaad museale allure. Dan moet je wel met een tentoonstelling van museale allure komen om het waar te maken, anders ga je de boot in. De kritiek van Sabien Teulings op de tentoonstelling deel ik: inconsistent en wisselvallig. Mijn idee is altijd dat een titel voor zichzelf moet spreken en dat doet de titel “Some things are | What they seem” niet echt. De wetenschap dat het over mimesis gaat verduidelijkt de thematiek van de tentoonstelling ook niet en dat wordt inderdaad mede veroorzaakt doordat de inhoud van de tentoonstelling de vlag die er boven wappert niet onderbouwt. Dat is ook niet mogelijk als die vlag als een soort vage mist tussen de naar mijn idee over verschillende thema’s handelende werken zweeft.
Van der Lingen’s verweer dat zij “de mimesis hebben willen positioneren als een bevrijding van alles wat al gebeurd is, als reactie op de drang naar uniciteit en een acceptatie van visuele sampling” vind ik niet sterk, ik begrijp al niet goed wat er staat, maar het geurt naar een gepasseerd station. Appropriation-art en het post modernisme zijn begrippen van jaren her. Dat Rob Scholte daarbij te voorschijn wordt gehaald verwondert dan ook niet. Je zou tot een herwaardering kunnen komen van bovengenoemde begrippen, maar dan verwacht je toch op zijn minst een nieuwe interpretatie en die heb ik niet kunnen ontdekken.

Nu wat ik belangrijker vind en waar ik bezorgd om ben: de aard van de tentoonstellingsruimte! Sabien Teulings lijkt uit een verwachting te redeneren die gevoed wordt door sentimenten over gekraakte kunstenaarsinitiatieven met de daarbij horende paranoia voor overheidsbemoeienis, terwijl van der Lingen een meer hedendaagse aanpak van een dergelijke ruimte aanhangt. Waaruit dat hedendaagse bestaat wordt mij uit zijn reactie niet helemaal duidelijk, maar het is in ieder geval ambitieus voor zover ik waarnemen kan: de publiciteit wordt voortvarend aangepakt, de pers wordt bewerkt en de nieuwe media worden erbij betrokken. Daarnaast worden special nights georganiseerd voor een select publiek wat bestaat uit bobo’s uit de kunstwereld. Voor hen wordt een kunstzinnig diner geprepareerd waarbij over de tentoonstelling en andere zaken kan worden gediscussieerd.
Er worden tentoonstellingen over actuele thema’s geprogrammeerd die nu al tot in het volgende seizoen (2009-2010) vast staan. Bij die tentoonstellingen worden side-programs georganiseerd met mensen uit kunsten en wetenschappen die over thema’s voorkomend in de tentoonstellingen uitweiden. Het is allemaal heel prijzenswaardig, het verwondert dan ook niet dat kortgeleden wereldkundig werd gemaakt dat Nest gesubsidieerd gaat worden door de Mondriaanstichting.

Maarrrrr….. is dat wat een broedplaats als de DCR moet doen? Zich als een museale ruimte inrichten en zwaar gesubsidieerd meedraaien in het bekende circuit? Ik ben het eens met Van der Lingen dat je je niet moet schamen voor overheidsbemoeienis, maar dan doe je dat op eigen voorwaarden en merites. Wat ik altijd gewaardeerd heb in de DCR is het leven dat erin zat en de verscheidenheid aan disciplines, meningen, generaties en activiteiten die een heel sociaal organisme lieten zien waarin van alles naar buiten kwam, er was altijd een gesprek mogelijk bij een kop koffie van de zaak, ik heb me er altijd welkom gevoeld. In de Nest-ruimte werden allerlei spontane acties uitgevoerd en “work in progress” getoond. De open podium avonden waren heel afwisselend, maar altijd interessant en het maakte ook steeds wat los. Dat daar geen vervolg op komt vind ik een gemiste kans in meerdere opzichten: sociaal, qua uitstraling, qua interdisciplinaire experimenten en in de laboratorium-functie die een broedplaats zou moeten hebben vindt dit soort avonden bij uitstek haar plaats. Dat alles heb ik ook altijd letterlijk als een broedend geheel ervaren waarvan ik grote verwachtingen had, dat heb ik ook meerdere malen publiek laten blijken.
Nu is het wel zo dat zich na de officiële ingebruikneming allerlei zaken hebben voorgedaan: iedereen is gewoon aan het werk gegaan voor zichzelf, daar zijn die ruimtes ook voor opgeknapt. Het gezamenlijk bezig zijn lijkt na het opknappen echter aanzienlijk minder geworden. De Nest tentoonstellingscommissie bestaat uit een paar kunstenaars die niet een dwarsdoorsnede zijn van wat in de DCR groeit en bloeit, dit heeft ook te maken met motivatie van de gebruikers van de DCR. Daarnaast hebben gebruikers als LOOS en Zeebelt ook problemen gehad met hun subsidie waardoor ze minder slagvaardig hun activiteiten hebben kunnen vervolgen. Dit alles wil echter niet zeggen dat in plaats van de mooie beloften die de DCR leek in te houden het gebouw slechts uit te verhuren ateliers en werkruimten met onafhankelijk werkende kunstenaars en instellingen moet bestaan, dat de tentoonstellingsruimte moet worden ingevuld door ambitieuze tentoonstellingsmakers die snel en slagvaardig tot een resultaat willen komen en dat het element broedplaats als “ongoing process”, met experiment, interactie, interdisciplinaire activiteiten, spontaniteit en openheid moet worden genegeerd.
Ik denk dat wat ik het meest begin te missen en wat je mijns inziens in een broedplaats terug zou moeten vinden een bepaald soort onbevangenheid is waarin men open staat voor iets nieuws en men spontaan kan reageren op wat men ervaart. Wat mij bij deze tentoonstelling meteen opviel was dat de tafels uit de ruimte waren gehaald, de bar zich had terug getrokken en alle sociale elementen waren verdwenen. De natuurlijke context die het element broedplaats vormt had zich terug getrokken ten gunste van een inderdaad museale sfeer..
In een tentoonstelling als “Some things are | What they seem´ wordt kunst op een theoretisch voetstuk gehesen om er tegenop te kijken, het onttrekt zich aan het leven terwijl het juist daarin zou moeten functioneren. Mijns inziens zou een broedplaats geen apodictische stellingen moeten innemen, maar een flexibele, faciliterende functie moeten hebben in het ontwikkelen en tonen van mogelijkheden en die broedplaats zou diezelfde functie moeten hebben in het debat waarmee die mogelijkheden ontwikkeld worden.
De ambities van Nest zijn niet commercieel, maar wel gericht op een snelle acceptatie in het kunstcircuit en de subsidiërende overheden. Daar zijn regels voor waaraan je moet voldoen. Voor een zich langzaam verdiepend tentoonstellingsbeleid wat zich met trial and error ontwikkelt hebben zij kennelijk geen tijd. Zij willen snel en voortvarend zijn en dat succes zelf maken. Als een spontaan idee voor een tentoonstelling wordt aangedragen zoals ik en anderen hebben ervaren, dan wordt daar afhoudend op gereageerd “want het zit al vol tot volgend jaar”, het lijkt allemaal moervast te komen te zitten.
Wat is het verfrissende van Atelier als supermedium geweest? De initiators nodigden een aantal kunstenaars die zij zelf de moeite waard vonden uit in een adequate ruimte, lieten die hun gang gaan, nodigden mensen uit om te komen kijken en erover te praten bij een biertje en deden dat consequent elke maand en als er tussendoor iets leuks van henzelf te zien was of een interessante kunstenaar een solo wilde maken ging dat net zo gemakkelijk. Dat deden ze ongeacht subsidie, belangstelling, reacties, of wat dan ook. Dat kan niet altijd zo, maar de mentaliteit van respect en enthousiasme voor dingen die je goed vindt of mensen die je interessant vindt kan altijd en die mentaliteit, die er eerder in de DCR ook te vinden was, zou ik graag zien. Ik vond het tekenend dat het werk wat me het meest deed, van de potentiële nest-bevuiler Gamal Ez, in een apart kamertje was gesitueerd. De installatie, toevallig Kraakhuis genoemd liet je via een gammele loopplank toe in een donkere ruimte, waarin je elk moment door de vloer kon zakken, zoals het leek. Hierin was op de grond een mooie lichtkrans geschapen met allerlei materialen. Ik vond het een verrassende ervaring zonder me af te vragen of hier van enige vorm van mimesis sprake was en of ik wel zag wat het leek.

Het is niet mijn bedoeling de Nestruimte te kraken, er zijn al mooie tentoonstellingen geweest en ik verwacht er meer. Ik uit alleen mijn bezorgdheid als betrokken buitenstaander over de lijn die zich lijkt te gaan aftekenen. Met deze reactie wil ik graag bijdragen tot een publieke discussie over een ruimte die wat mij betreft een van de basisplekken is van een nieuw Haags elan in de kunsten.

Kees Koomen
Den Haag, 5 november 2008

http://blogger.xs4all.nl/chmkoome/