Het debat bij de presentatie van de bundel Splitsen of knopen? Over volkscultuur in Nederland toont aan dat er een enorm taboe rust op de term volkscultuur.
Het zou geen eindeloos debat over de definitie van volkscultuur worden, bezwoer gespreksleider Martijn de Greve aan het begin van de middag waarop het boek Splitsen of knopen? Over volkscultuur in Nederland gepresenteerd werd. In plaats daarvan zou het begrip als kern dienen, het debat zou er omheen cirkelen. En hoewel er zowel door de sprekers op het podium als in de zaal volop werd gecirkeld, bleek het begrip dat door het kabinet Balkende IV in het regeerakkoord van 2007 werd geïntroduceerd te groot en onduidelijk om constructief te hanteren in een debat. Met gevolg dat de middag werd afgesloten met een brainstormsessie over een mogelijke vervangende term.
In zijn introductie maakt Arnout-Jan Bijsterveld, bijzonder hoogleraar Cultuur in Brabant aan de Universiteit van Tilburg, onderscheid tussen de inzet van volkscultuur als doel – zoals instellingen als het Meertens Instituut doen, die de kennis over en geschiedenis van volkscultuur behouden - en als middel - met name door overheden, die er cultuurpolitiek mee bedrijven door haar te gebruiken als sociaal bindmiddel. Bijsterveld, die zelf ook werkzaam in culturele projecten, spreekt namens 'het veld' als hij uithaalt naar politici: ‘Ze luisteren en lezen niet, hebben er geen bal verstand van en voeren toch het hoogste woord.’ Zijn boodschap is dat volkscultuur dynamisch en divers is, en vooral van 'onderaf' moet worden bepaald, daar waar de beoefenaars zich de volkscultuur toe-eigenen en er betekenis aan geven.
In het eerste blok zaten Marjan Ruiter, directeur Zeeuws Museum in Middelburg en Taco Dibbets, hoofd collecties van het Rijksmuseum in Amsterdam aan tafel, die praatten over de rol die volkscultuur in hun musea speelt. Ruijter won met haar museum onlangs de Museumprijs van de Raad van Europa, vanwege de focus op levendigheid, opwinding en interactie en het vermogen om jongeren te trekken. Zo is de collectie historische klederdracht tot mode gedoopt en aangevuld met speciale moderne ontwerpen die zijn geïnspireerd zijn op oude 'voorgangers' en heeft een kunstenaar de vormgeving van het museum onder handen genomen. De vermenging met kunst en mode biedt volgens Ruijter een andere blik op de collectie en stelt jongeren in staat de historische collectie toe te eigenen en zich er aan te binden.
Ook Dibbets denkt dat de herwaardering van volkscultuur te maken heeft met de behoefte aan een duidelijke identiteit, zoals er ook bij de oprichting van het Rijksmuseum in de negentiende eeuw behoefte was aan identiteitsvorming. Het tonen van schatten uit de vaderlandse geschiedenis geeft daarin volgens hem enorm zelfvertrouwen, hoewel hij Máxima gelijk geeft in haar veronderstelling dat er geen eenduidige Nederlandse identiteit bestaat. Het nieuwe Rijksmuseum hoopt dan ook vele 'geschiedenissen van Nederland' te gaan vertellen en de kans is groot dat daarbij ook stukken uit de Zeeuwse collectie te zien zijn. Evenwel is er in zijn 'schatkamer van Nederland' alleen plaats voor de cultuur van de elite, want 'voor een simpele lepel die iedereen kent kom je niet naar het Rijksmuseum.'
Senior-onderzoeker Peter Jan Magry van het Meertens Instituut reageerde met de constatering: 'Ik krijg het idee dat tegenwoordig het wat oubollig klinkende volkscultuur pas verteerbaar is als er een sausje van kunst of design overheen zit, alsof deze op zichzelf niet waardevol is.' Hij kreeg direct bijval van Ad de Jong, wetenschappelijk beleidsmedewerker van het Openluchtmuseum, die aangaf weliswaar persoonlijk in kunst geïnteresseerd te zijn, maar voor het museum te werken met het motto 'hoe oubolliger voor de elite, hoe leuker voor de massa.' Sociaal-pedagoog Frans Schouten vroeg zich openlijk af of er nog over volkscultuur gepraat ging worden, in plaats van 'dit elitaire geklets'.
De felle reacties doen vermoeden dat er in de relatie tussen volkscultuur en kunst nog steeds het traditionele onderscheid tussen tussen hoge en lage cultuur nagalmt.
Na de eerste gespreksronde voelde ook directeur van de Mondriaan Stichting Gitta Luiten de koude in de lucht en waarschuwde voor de polariserende opvatting dat de wereld van de volkscultuur het monopolie op de kennis en ambacht in huis heeft en de kunstsector het monopolie op inspiratie. Juist in samenwerking ligt volgens haar voor beide de winst: een frissere blik in de volkscultuur en een ruimer publiek voor de kunst door de link met ambachtelijkheid.
In de tweede gespreksronde ging het daarover, aan de hand van de Zaanse schans. Eerst lichtte de Zaanse wethouder van kunst, cultuur en sport Roland Ootjers geroutineerd de diaserie over de mooiste plekjes in zijn gemeente toe. Vervolgens liet de architect Sjoerd Soeters van Soeters van Eldonk Architecten zien hoe hij het opvallende stadhuis in het centrum van Zaandam op de stijl van de monumentale huizenbouw aan de Zaanse Schans heeft gebaseerd. Ook enkele andere projecten van Soeters werden behandeld, zoals een boerderij in Friesland die in combinatie van de traditionele lokale bouwstijl en de vernieuwende stijl van Soeters was opgetrokken.
Na de tweede ronde barstte de discussie over de term ‘volkscultuur’ los. Magry van het Meertens Instituut pleitte de term te vervangen door 'immaterieel erfgoed' vanwege de oubollige connotatie die volkscultuur heeft. Sociaal-pedagoog Frans Schouten wilde alles vangen onder de noemer ‘cultuur’, want 'de mens produceert slechts drie dingen: zweet, urine en cultuur'. Volgens Ineke Strouken, directeur Nederlands Centrum voor Volkscultuur, dekt 'alledaagse cultuur' het beste de lading.
De verwarring die volgde maakt duidelijk dat het laatste woord hierover nog niet gezegd is. Het boek en deze middag in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam zijn mogelijk pas het begin.
Splitsen of Knopen?
Over volkscultuur in Nederland
Auteurs: Mirjam Shatanawi, Bart Jan Spruyt, Wasif Shadid, Rieks Smeets, Alexander van Slobbe, Hielke van der Meulen, Simon Bronner, Pieter-Matthijs Gijsbers, e.a. Redactie: Hester Dibbits, Richard Hermans, Jan Jaap Knol, Gitta Luiten, Taco de Neef, Ineke Strouken.
Nederlandse editie, ISBN 978-90-5662-729-4,
I.s.m. Het Fonds voor Cultuurparticipatie, Meertens Instituut, Nederlands Centrum voor Volkscultuur, Mondriaan Stichting en Erfgoed Nederland
Het debat vond plaats op 28 januari in Amsterdam













